Hoe

Je onderzoekt jezelf via een algoritme op denken, lichamelijke reactie, emotie en gedrag.

Bij een algoritme is er sprake van kenmerken/variabelen in een situatie en kenmerken/variabelen die van belang zijn om die situatie te beoordelen.

De variabelen zitten achter de letters A, B van C in de kleuren rood, oranje van geel.

Dieren hebben ook een algoritme.

Zo wordt een zwerm vogels digitaal nagebootst door 3 voorwaarden in te bouwen.

"Dit is het algoritme "blijf bij elkaar, niet te dichtbij niet te veraf, ga in het noorden".

De mens heeft miljarden algoritmes.

In dit geval oeroude algoritmes die horen bij lichamelijke reacties, denken, emotie en gedrag.

Je kiest (in de header) 1 van de A, B, opties die er voor dat onderdeel zijn.

Het systeem brengt je steeds weer terug naar een onpartijdig biochemisch algoritme..

Dat algoritme hier bestaat uit 3 kleuren en 3 letters.

Hiernaast zie je de beknopt in de roze blokken van de kleuren rood, geel, oranje helaas technisch niet haalbaar waren.

De letter A staat voor naar buiten gerichte energie, focus

De letter B staat voor energie voor herstel en groei, verkennen

De letter C staat voor naar binnen gerichte energie, verbinden

Hier wordt dat gezien als natuurlijke energierichtingen. 

Voor energie naar buiten heb je focus nodig.

Voor herstel en groei moet je je oriënteren.

Voor  naar binnen gerichte energie heb je verbinding nodig.

arrow&v
arrow&v
arrow&v
arrow&v
arrow&v
arrow&v

Heb je samenhang in de letters A,B of C.

A B C

De spieren in je hand worden daarbij je leidraad.

In je hand kun je voelen of jouw emotie klopt bij je gedachte.

Een slap handje past niet bij woede en een vuist niet bij verdriet.

Energie die zich ophoopt wil naar buiten en daar waar jouw energie opraakt wil je weer opladen.

Het helpt om een beetje "dierlijk" te denken... wat is het meest natuurlijke, het meest {bio} logisch.

 

 

Je gaat via het schema in de header uitvogelen hoe het bij jouw werkt.

1 Je start met het opschrijven van de situatie waar je aan wilt werken.

Daarna beschrijf je wat je graag zou willen. Je wens of verlangen.

Het verschil tussen die situatie en die wens is je probleem.

Dan formuleer je je probleem (het liefst in een zin) en maakt een keus in de A, B, C opties.

2 Je onderzoekt welke emotie je bij die situatie voelt, welke lichamelijke reactie, welke gedachte en welk gedrag je daarbij hebt.

Ook hier kies je steeds weer een A, B, optie.

3 Je onderzoekt hoe oud je was, welk oordeel en welke behoefte je daarbij hebt. 

Ook hier kies je weer een A, B, optie.

4 Je visualiseert een nieuwe situatie.

Ook hier kies je weer een A, B, optie.

De basis van deze methodiek zit  helemaal in de header. 

De pagina's die eronder hangen geven extra uitleg.

Je omschrijft elke stap en maakt dan een keus tussen A, B, C .

Als je klaar bent zou er sprake moeten zijn van 1 kleur in alle antwoorden.

Wanneer dit niet zo is heb je daar nog een extra algoritme of je hebt het probleem niet kloppend geformuleerd.

Je kunt meerdere keren terug of vooruit en je kunt altijd weer een nieuwe ronde maken.

 

OF

Het rijen hierboven zijn op elkaar zijn afgestemd.

Een rij A, een rij B en een rij C.

Wijk je in je analyse hierbij af en kom je in een andere kleur dan hoort die rij weer helemaal te kloppen. Wanneer je 1 woord in een andere rij krijgt is er sprake van een algoritme wat je niet bewust hebt.

..