Lichamelijke reactie

Samenvatting

Stap 1 Beschrijf nu je lichamelijke reactie. Waar in je lichaam ervaar je "wat".


Onderzoek wat je lichaam doet als je aan die situatie denkt. Doe je ogen dicht en focus op die situatie... Focus nu op je lichaam... Zit dit meer in je adem je hart, je spijsvertering of meer in je spieren. Ga je zweten, krijg je een snelle hartslag, klopt je hart in je keel. Stop je even met ademen of ga je juist sneller ademen, wordt je misselijk... etc. Focus op deze actie en wacht tot zich een beeld, gedachte of sensatie aandient. Voel wat je voelt. En wacht tot zich iets anders aandient. Focus opnieuw maak een detail van dat nieuwe beeld. Ga opnieuw voelen waar je dit voelt. Wat gebeurt er in je lichaam. Ga net zolang door tot het rustig wordt in je lichaam.




Stap 2 Welke soort hand past hierbij. A= (richting) vuist, B= strakke hand, C= slappe hand.


Voel welke energie er nu in je lichaam stroomt. Is dit meer boos dan blij. Is dit meer bang dan opgewonden. Is dit meer verdrietig dan tevreden ga dan naar het onderdeel DENKEN. Is dit meer blij, opgewonden of tevreden ga dan wat leuks doen met die energie.





Welke lichamelijke reactie herken je.

Kippenvel voelt anders dan honger maar seksuele drift lijkt misschien wel wat op prestatiedwang.

Wat en waar voel je dat meer... in je nek of in je knie.

En als je dat gevoel verplaatst naar je hand ... is dat dan een vuist een gespannen hand of een slappe hand.

In de evolutie zijn we steeds specialistischer geworden.

Cellen zijn gaan samenwerken en uitgegroeid tot clusters en systemen en patronen die samen werken.

De systemen die ooit heel simpel naast elkaar werkten zijn in de loop van de ontwikkeling geheel verweven maar sommige kunnen we nog wel terug vinden.

Bijvoorbeeld Ectoderm, Mesoderm en Endoderm.

Je kunt ze voelen met je hand.

Doe de handtest.

Als je je probleem uitspreekt komt het dan dichter bij A een vuist, B een strakke hand of C een slappe hand.

KIES nu waar jouw probleem meer bij thuishoort

A vuist - jagen - presteren

B strakke hand - nieuw - gevaar

C slappe hand - zorg - herstel

Vermoeidheid

Vermoeidheid zit vaak op een eindpunt van een emotie.

Is de vermoeidheid langdurig dan is er vaak sprake van machteloosheid geweest (zie bang).

KLACHTEN

Klachten kunnen ontstaan tijdens een probleem maar ook door de oplossing van een probleem.

Doordat je een probleem opgelost hebt gaat je lichaam anders werken of opruimen.

Dit kan tijdelijk  weer klachten geven.

Bedenk dus of deze symptomen de brandweer mannen zijn die de brand (symptomen) komen blussen of dat dit het werkelijke probleem is wat aangepakt moet worden...

 

Een (psychisch) probleem heeft ook lichamelijke consequenties.

Als embryo ontwikkeld je lichaam zich vanuit drie lagen.

Het A ectoderm, het B endoderm, het  C mesoderm.

Deze drie lagen vermengen zich tijdens de groei door het hele lichaam maar hebben elk hun eigen specialisatie.

Het is soms niet gelijk duidelijk is welke laag betrokken is.

Toch reageert je lichaam op een probleem vanuit de laag die bij een bepaald probleem hoort.

 

A Het zenuw-zintuigstelstel met hersenen en huid (ectoderm).

Zeg maar de buitenkant van mond tot kont.

Hiervoor zijn met name koolhydraten nodig en neuronen bij betrokken.

Versterkte inademing

Dit systeem is min of meer elektrisch en op celniveau helpt de axon de prikkel van de celkern af.

B Het bot-bloed en bindweefsel (mesoderm).

Zeg maar alles wat tussen die twee andere lagen zit.

Haperende adem.

Hiervoor is met name vet nodig.

Dit systeem is min of meer hormonaal en op celniveau is het de myeline die beschermt en helpt om de prikkel te vervoeren.

 

C De stofwisseling-spijsvertering met alle interne organen zoals hart, nieren ingewanden (endoderm). 

Zeg maar de binnenkant van mond tot kont.

Hiervoor zijn met name eiwitten nodig en hormonen bij betrokken.

Vertraagde uitademing

Dit systeem werkt min of meer chemisch en op celniveau is het de dendriet die helpt de prikkel naar de celkern toe te krijgen.

Alles wat je ervaart wordt op celniveau in clusters opgeslagen zodat je niet elke actie bewust hoeft te zijn. Wanneer je iets meemaakt wat niet bij je leeftijd of situatie past ga je op een van deze specifieke lichamelijke niveaus iets versnellen of vertragen en kan zich een overlevingspatroon ontwikkelen. Wanneer je bijvoorbeeld  inademt gaat je hart iets  sneller en wanneer je uitademt iets langzamer.

Zie ook PIJNLEEFTIJD.

 

 

© 2017 marjo vogel

Proudly created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now