Hoe

Je onderzoekt hoe je denken je gedrag aanstuurt.

Hoe je emotie je denken aanstuurt.

Hoe je lichamelijk reactie je emotie aanstuurt.

En hoe je ervaring je lichamelijke reactie aanstuurt.

Je onderzoekt je lichamelijke reactie, emotie, denken en gedrag om de samenhang in je probleem te herkennen.

Het leren herkennen, erkennen, doorvoelen en begrijpen van je patroon maakt bewuste inzet mogelijk.

Als je snapt wat er in jou gebeurt krijg je het besturingssysteem in handen en kun je een negatieve ervaring ombuigen naar een positieve.

Bij elk onderdeel (lichamelijke reactie, emotie, denken en gedrag) is er hier sprake van 3 variabelen. 

De variabelen zitten achter de letters A, B van C in de kleuren rood, oranje van geel. Het geheel is een patroon.

Je zoekt dus steeds 4x een rode, 4x een oranje of 4x een gele serie bij elkaar tot een patroon.

De mens heeft miljarden patronen.

In je hersenstam zitten de patronen om voeding, slaap, hartslag en bloeddruk te regelen.

In je kleine hersenen zitten de patronen om je stevigheid als botten, vliezen en bindweefsels te regelen.

In je neocortex zitten de patronen om je zenuwen en zintuigen te regelen.

Die patronen horen allemaal samen te werken in lichamelijke reacties, emoties, denken en gedrag.

Wanneer je die patronen ontregeld of wanneer ze ontregeld zijn zal je lichaam daarop reageren.

Ook op het verwerkingsmoment zal je lichaam weer reageren.

Je kiest (in de header) 1 van de A, B, C opties die er voor dat onderdeel zijn.

Door 4x dezelfde letter te zoeken brengt het systeem brengt je steeds weer terug naar dat patroon.

Je kunt dus tegelijk aan meerdere patronen werken.

Elk patroon heeft 4x eenzelfde letter en een bijpassend probleem/uitdaging.

Heb je er een andere kleur bij dan zit er dus ook nog een ander patroon bij en dus een andere emotie of lichamelijke reactie.

Dat patroon hier bestaat uit 4 onderdelen van 3 kleuren of 3 letters.

Hoeveel patronen je moet onderzoeken hangt af van het aantal verschillende letters en de juistheid van je probleemformulering.

Soms is dat wat je als probleem formuleert eigenlijk datgene waar je "stiekem" bewondering voor hebt of dat wat je juist je identiteit geeft.

arrow&v
arrow&v
arrow&v
arrow&v
arrow&v
arrow&v

Heb je samenhang in de letters A,B of C.

A

Boos blij

20211216_141334_edited.jpg

Zenuw zintuig 

B

Bang opgewonden

20211214_124548.jpg

Bind, bot en beenweefsel

C

Verdrietig tevreden

20211214_124520.jpg

Spijsvertering stofwisseling

De spieren in je hand worden daarbij je leidraad.

In je hand kun je voelen of jouw emotie klopt bij je gedachte.

Een slap handje past niet bij woede en een vuist niet bij verdriet.

Energie die zich ophoopt wil naar buiten en daar waar jouw energie opraakt wil je weer opladen.

Het helpt om een beetje "dierlijk" te denken... wat is het meest natuurlijke, het meest {bio} logisch.

 

A B C

 

Je gaat via het schema in de header uitvogelen hoe het bij jouw werkt.

1 Je start met het opschrijven van de situatie waar je aan wilt werken.

Daarna beschrijf je wat je graag zou willen. Je wens of verlangen.

Het verschil tussen die situatie en die wens is je probleem.

Dan formuleer je je probleem (het liefst in 1 zin) en maakt een keus in de A, B, C opties.

2 Je onderzoekt welke emotie je bij die situatie voelt, welke lichamelijke reactie, welke gedachte en welk gedrag je daarbij hebt.

Ook hier kies je steeds weer een A, B, optie.

3 Je onderzoekt hoe oud je was, welk oordeel en welke behoefte je daarbij hebt

en heb je aan je (eigen) probleem gewerkt

Ook hier kies je weer een A, B, C  optie.

4 Je visualiseert een nieuwe situatie.

Ook hier kies je weer een A, B, optie.

De basis van deze methodiek zit  helemaal in de header. 

De pagina's die eronder hangen geven extra uitleg.

Je omschrijft elke stap en maakt dan een keus tussen A, B, C .

Als je klaar bent zou er sprake moeten zijn van 1 kleur in alle antwoorden.

Wanneer dit niet zo is heb je daar nog een extra algoritme of je hebt het probleem niet kloppend geformuleerd.

Je kunt meerdere keren terug of vooruit en je kunt altijd weer een nieuwe ronde maken.

 

Het rijen hierboven zijn op elkaar zijn afgestemd.

Een rij A, een rij B en een rij C.

Wijk je in je analyse hierbij af en kom je in een andere kleur dan hoort ook die rij weer helemaal te kloppen. Wanneer je 1 woord in een andere rij krijgt is er dus sprake van nog een patroon.

Deze heb je nog niet bewust. 

..