arrow&v

  A Boos - Blij/Enthousiast

  B Bang - Opgewonden

  C Verdrietig - Tevreden

20211216_141334_edited.jpg
20211214_124548.jpg
20211214_124520.jpg

.

 

Je gaat hier op zoek naar de emotie die aan een deze probleem situatie gekoppeld is.

Wanneer het lastig is om te benoemen welke emotie het sterkst is doe je de test met de vuist.

Door je probleem uit te spreken met een slappe, strakke hand of vuist kun je voelen welke emotie het best past.

Spreek je probleem uit met een gebalde vuist=A.

Spreek tot slot je probleem uit met een strakke hand=B

Spreek dan je probleem uit met een slap handje=C.

Boven genoemd voorbeeld kun je ook doen met bijvoorbeeld je neusvleugels of je tenen.

Je komt makkelijker in contact met je emotie wanneer je je kin naar de horizon laat wijzen en je ogen naar de grond.

Een emotie is een gevoel over een situatie of een interpretatie van een lichamelijke beleving. Je hebt een lichamelijke reactie en concludeert dat dat bijvoorbeeld prettig of vervelend is.

Er worden hormonen geactiveerd die op hun beurt weer neuronen activeren.

Die neuronen geven letterlijk richting via de dendrieten en axonen aan die emotie.

 

Herken de emotie, wees er nieuwsgierig naar. Hoe meer je weet van je emoties hoe beter je er op kunt reageren.

De situatie die ten alle tijde de meeste negatieve emotie veroorzaakt is controle verlies.

Hoe je daarop reageert hangt af van de patronen/algoritmes die je geleerd hebt.

A Energie kan naar buiten gericht zijn zoals bijvoorbeeld bij boosheid en blijdschap.

B Energie kan gericht zijn op je persoonlijkheid zoals bijvoorbeeld bij angst of opwinding.

C Energie kan naar binnen gericht zijn zoals bijvoorbeeld bij verdriet en tevredenheid.

En energie kan zich ophopen op een plek in je lichaam wachtend op een object om zich op te richten..(vrij zwevende energie)

Een emotie wordt veroorzaakt door een gedachte/beeld bij een gebeurtenis.

Soms is die gedachte positief terwijl hij bij anderen negatief is over diezelfde soort situatie. Jij kunt geraakt zijn door iets waar een ander zijn schouders over ophaalt of andersom.

Je werkt hier eerst met de meest abstracte emoties om daarna je eigen specifieke te vinden.

De keuzes zijn gebaseerd op naar buiten gerichte emotie voor je positie en territorium, naar binnen gericht voor onderhoud en herstel en emotie gericht op groei en herstel.

De tweetallen die steeds aangeboden worden zijn als het ware de grootst mogelijke tegenpolen van een bepaalde richting.

De emotie die je hier gaat beschrijven is de emotie die je voelt tijdens de situatie die je bij PROBLEEM beschreven hebt.

Waar komt dit het meest dichtbij.

A=Boos - Blij, B=Bang - Opgewonden, C=Verdrietig - Tevreden.

Hier gaat het niet over wat je precies voelt maar in welke richting deze emotie gaat.

Het maakt groot verschil of je boos, bang of verdrietig bent.

Elke emotie heeft ook zijn eigen gedachten of beelden.

Je hebt alleen niet altijd bewust welke beelden...

En die beelden bepalen weer wat je gaat doen en hoe je reageert.

Pijnlijke emoties hebben de neiging om snel verdrongen te worden.

Biologisch is dat ook vaak een juiste beslissing.

Kinderen tot 7 jaar kunnen situaties en de emoties die daarbij loskomen niet kritisch beoordelen of beredeneren. Ze zijn in een soort van hypnotische staat en vibreren mee met hun omgeving.

Emoties die worden verdrongen hebben ook verdrongen gedachten/beelden..

In het schema gaat het over de afstemming van je emotie op de andere onderdelen.

Je kiest dus een richting om een goede analyse van je probleem te kunnen maken.

Pas als je die richting helder hebt kun je proberen je eigen specifieke woorden er aan te geven.

20211214_124520.jpg

Verdrietig Tevreden

20211214_124548.jpg

Bang Opgewonden

 KIES de emotie die het meest past bij dit probleem...

   A Boos - Blij/Enthousiast

   B Bang - Opgewonden

   C Verdrietig - Tevreden

20211216_141334_edited.jpg

Boos Blij/Enthousiast

arrow&v