Probleem

A (Mijn) Territorium - Positie (ook wel sociaal/scheiding/contactconflict)

 B (Mijn) Eigenwaarde - Integriteit (ook wel gevaar, aanval/bezoedeling/inbreukconflict)

C (Mijn) Hechten - Loslaten (ook wel brokconflict)

Het verschil tussen je situatie en je wens is je probleem

A

Boos blij

20211216_141334_edited.jpg

Zenuw zintuig 

B

Bang opgewonden

20211214_124548.jpg

Bind, bot en beenweefsel

C

Verdrietig tevreden

20211214_124520.jpg

Spijsvertering stofwisseling

Samenvatting

Beschrijf de situatie die je als probleem ervaart.


Het gaat om een voorlopige beschrijving van je probleem. Je kunt altijd weer bijstellen. Je beschrijft de (soort) situatie die je als probleem ervaart. Iets met emoties, gedachten of gedrag in bepaalde situaties. Een conflict heeft lichamelijk meestal iets van de volgende kenmerken; stress, gevaar, gedachtenstroom, koude handen, voeten, neuspunt, overleving, denkdwang, slaapproblemen,




Beschrijf de wens die je bij deze situatie hebt.


Je zit in een situatie en wilt wat anders, je wilt iets wel of niet herhalen of je wilt anders zijn/doen. Je wilt die... (ontsteking, eenzaamheid, baan, kilo's, relatie etc.) kwijt en...(blij, tevreden, aktief, veilig, gezond) zijn. Daar zit je wens. Beschrijf dit zo concreet mogelijk. Vertel het filmisch. Kun je het voordoen. Kun je het nadoen.




Beschrijf het verschil tussen die situatie en die wens, dat is namelijk je probleem.


Er is iets dat er voor zorgt dat je wens nog niet gerealiseerd is. Dat verschil is je probleem en als je geluk hebt dan is het nu al een uitdaging. Zo niet dan doe je de ronde met emotie, lichamelijke reactie, denken en gedrag.




Beschrijf dit probleem nu in 1 zin en begin die zin met; "Ik....."


Door het in 1 zin te formuleren maak je het overzichtelijk en door te beginnen met "ik (heb een probleem met)" neem je verantwoording. Iemand anders veranderen zal je niet lukken zolang jij hetzelfde blijft doen. Werk dus aan je eigen probleem (eventueel met die ander). Dus wat je zelf voelt, denkt of doet. Soms werkt het goed om de eerste gedachte als je wakker wordt uit te werken als probleem.




Waar lijkt dit probleem het meest op.


A= Territorium-Positie B= Eigenwaarde-Integriteit C= Hechten- Loslaten De energie voor territorium kan bijvoorbeeld gaan over de grond waar je op leeft maar ook over taken die je tot jouw terrein beschouwd. Je kunt het letterlijk en figuurlijk nemen. Positie zou bijvoorbeeld je rol in het gezin, op je werk of in je sociale situatie kunnen zijn. Zeg maar jagen of prooi. Passen je vaardigheden bij je situatie. De energie voor eigenwaarde/integriteit heeft meer te maken met wie je bent en wie je zou willen zijn/worden, kun je wat je nodig hebt. Zeg maar gevaar of nieuwigheid. Past jouw vorm bij je situatie.
De energie voor hechten heeft meer te maken met iets toelaten als bij jou passend of juist niet. Iets wel of niet innemen/aannemen letterlijk of figuurlijk. Of juist iets achter je laten omdat het niet bij je past, afsluiten. Een letterlijke of figuurlijke brok. Zeg maar zorg of verzorging. Past jouw tempo bij deze situatie.




Welk doel zou je energierichting moeten hebben.


Dit probleem ga je doelgericht aanpakken waarbij je energie de juiste richting moet hebben. Welke richting heeft jouw energie bij dit probleem. A= Focus of niet. B=Verkenning of niet. C=Verbinding of niet.




Wanneer is je conflict actief of opgelost.


Je voelt in de eerste fase dat er kou is in je handen, je neustop, je voeten. Je slaapt slecht en voelt weinig behoefte aan eten. Los je je probleem op dan kan het zijn dat je je even ziek gaat voelen omdat het lichaam zich weer in gaat stellen op terugzetten naar normaal. Het hulpweefsel wordt weer afgevoerd en dat gaat vaak gepaard met ontstekingen. Je voelt warmte, soms klachten en pijn. Deze fase heeft vaak nog een piek en daarna ga je terug naar veilig, naar normaal.





Alles begint met observeren en voelen.

Echt waar!

Beschrijf je situatie en vervolgens hoe je het graag zou willen.

Die wens moet er een van jezelf zijn. De wens van een ander is niet werkzaam.

Je kunt ook met je intellect wel van alles willen maar wanneer dit niet in overeenstemming is met je onbewuste zal het niet lukken.

Het verschil je situatie en en je eigen wens is dus je probleem (of je uitdaging).

De vogels hierboven in de tekening hebben 3 problemen.

A De eerste zit in een vissenkom en en stapt niet vrij rond in zijn territorium.

B De andere kijkt in het water en ziet niet wat hij werkelijk is. Hij ziet een hele andere vogel in zijn spiegelbeeld.

C En dan is er nog een nest voor de voortplanting en waar een probleem is met de temperatuur....

Al onze problemen zijn ondanks een heel abstracte vorm toch biologisch terug te voeren.

Ieder mens wil in staat zijn om in zijn territorium, voedsel en groei voor zijn verwanten veilig te stellen, heeft soms niet de vaardigheden of de kracht om iets te kunnen of krijgt iets voor zijn kiezen wat hij niet kan verteren.

Eigenlijk zijn alle problemen hierin te vangen.

Soms is de symboliek echter moeilijk te herkennen.

In dit onderdeel ga je je voorlopige probleem beschrijven.

Wat is nou eigenlijk je probleem.

Ga op zoek naar je fouten of zaken die je als chaos ervaart.

Je kunt stellen dat je probleem altijd het verschil is tussen je situatie en je wens.

Je zit in een situatie en wilt iets daarin iets anders. Dat is je wens.

En er is ook iets dat ervoor zorgt dat je die wens nog niet hebt gerealiseerd.

Dat is je probleem.

Veel mensen starten met de gedachte dat de ander iets fout doet.

Misschien is dat ook zo maar jij bent er ook bij.

Jij richt je aandacht/energie op "iets". Dat "iets" groeit door jouw aandacht/energie.

Wanneer dat onbewust is gebeurt dat ook...

Dus laat het voor je werken.

Zolang jij deze situatie creëert (met die ander) verandert er niks en zal je patroon dieper inslijten.

Hier werk je aan je eigen aandeel.

Misschien is er sprake van arrogantie...(ik ben perfect), misschien iets van zelf vernedering ... (ik ben waardeloos) maar waarschijnlijk iets daartussenin.

Neem pas na het uitwerken van je patroon verantwoording voor de keuzes die je wel of niet maakt.

Iets aan iemand anders proberen te veranderen zal niet lukken zolang jij hetzelfde blijft doen.

Zorg er dus voor dat je aan je eigen probleem (eventueel met die ander) werkt.

Dus wat je zelf voelt, denkt of doet.

Hoe heb je deze situatie gecreëerd.

Bedenk welke mensen, wat voor soort mensen, jij in je leven nodig hebt om deze situatie te creëren.

Op wie ben je jaloers en waarop. Op wie ben je boos en waarop ben je boos, angstig of verdrietig.

Welke kwaliteiten heeft die persoon die jij graag zou willen hebben.

Welke verafschuw je.

Beschrijf ook welke mogelijkheden je aan de ander geeft om deze probleem situatie te creëren.

Wil je rozenblaadjes strooien naar je onderdanen of geef je ze al een stok om mee te slaan...

Bij je wens kun je ook nog onderzoeken of dit een aangeleerd verlangen is of dat het een natuurlijk noodzakelijk verlangen is.

Noodzakelijke natuurlijke, niet noodzakelijke natuurlijke, niet noodzakelijke en niet natuurlijke.

De eerste soort verlangens zijn natuurlijk en belangrijk om na te streven.

Het zijn verlangens zoals voeding tegen honger, vocht tegen dorst, balans tussen koude en warmte, en vriendschap tegen eenzaamheid.

De tweede zijn wel natuurlijk maar om bepaalde redenen nooit volwassen geworden.

Het zijn verlangens zoals teveel eten, snoep, teveel kleren, teveel vrienden.

De derde soort verlangens zijn de "fout" aangeleerde. Je hebt er nooit genoeg van.

Dit zijn verlangens zoals macht, status en rijkdom.

Ze zijn als het drinken van zeewater. Je krijgt er alleen maar dorst van.  

Niets is genoeg voor wie genoeg te weinig vindt. 

Welke rij hieronder past bij jouw probleem. En waar zit de afwijking zodat je ook die andere emotie helder kunt krijgen en hem kunt doorvoelen/verwerken en er een mooie kloppende visualisatie op kunt maken.

SITUATIE...........................

Eerst beschrijf je de situatie waarin jij een probleem ervaart.

Wat is de aanleiding, de trigger waardoor je probleem  opspeelt.

Bijvoorbeeld;

Uitbreiding - Inperking, Hoop - Onzekerheid - Gevaar, Verbinding - Ballast. 

WENS..............................

Daarna beschrijf je je wens, je verlangen, je doel.

Wat zou je willen / doen/ zijn/ hebben bij die situatie.

VERSCHIL.....................

Daarna beschrijf je het verschil tussen deze twee en heb je je voorlopige probleem wat je eventueel kunt bijstellen tijdens het volgen van de stappen in de header.

PROBLEEM.......................

Beschrijf de samenvatting van je probleem in een zin.

Kies bij welk gebied dit een probleem het meest thuis hoort;

 A (Mijn) Territorium - Positie (ook wel aanval/contactconflict)

 B (Mijn) Eigenwaarde - Integriteit (ook wel inbreukconflict)

C (Mijn) Hechten - Loslaten (ook wel brokconflict)

 

Als je niet bewust hebt wat je patronen zijn is blijf je het herhalen en geef je het ook weer door aan je kinderen.

Op de wind heb je geen invloed maar de stand van de zeilen bepaal je zelf.

Ochtendgedachte....

De eerste gedachte wanneer je in de ochtend wakker wordt kan een goede leidraad zijn voor je probleem

Ben je geen schrijver... 

Teken je probleem. Maak een schets van jezelf in de situatie die je als een probleem ervaart..

Zoek er een symbool bij of een archetype...

Ben je de heerser, schepper, onschuldige, wijze, ontdekker, magiër, rebel, held, nar, bondgenoot, minnaar, zorggever etc.

Teken, plak of knip of schrijf het op je spiegel.

Een probleem is opgelost als je er om kunt lachen

arrow&v