Eigenwaarde - 
Identiteit - 
Veiligheid

20211214_124548.jpg

Visualisatie Eigenwaarde-Identiteit-Veiligheid

5 minuten

Eigenwaarde- identiteit, je bent iets wel of niet waardoor je ... bent.

In welke vaardigheid heb jij je gespecialiseerd en hoe sterk is je eigenwaarde daarin.

In welke mate ben jij in staat om dit te doen of te leren.

Visualiseer bij dit patroon wat je wilt leren en hoe je dat gaat doen.

Verzin alle vaardigheden die je nodig hebt en bekijk de opties om ze te leren. 

Heb daarbij aandacht voor je eigenwaarde en integriteit maar ook voor gevaar.

Waar wil je wel of niet bang voor zijn en waar wil je juist opgewonden van raken.

En visualiseer wat er dan in je lichaam gebeurt. Spanning of ontspanning.

Bedenk of je dan achterdochtig wilt worden of nieuwsgierig en of je dan gaat controleren of dat je je gaat oriënteren.

En wat ga je doen met je behoefte aan ontspanning en kennis. Is jouw kennis /kunde toereikend of niet toereikend.

Misschien ga je wel denken: "Geen paniek, het is maar chaos"...

Gebruik je verbeeldingskracht.

Niets is te gek zolang het maar gericht is op een non agressieve, positieve ervaring.

Fantaseer er op los. Misschien wordt je wel heel avontuurlijk.

Wanneer je twijfelt over de richting van je visualisatie schrijf dan eerst een brief.

Schrijf een brief aan jezelf in de toekomst die begint met de zin...

Ik heb er zin in!

Er zijn 8 (oranje) kernwoorden in het systeem:

achterdochtig- nieuwsgierig- strakke hand, bang- opgewonden- controleren- oriënteren- bevriezen 

Gebruik die verschillende woorden voor je brief keuzes.

Maar gebruik ook de woorden die gericht zijn op je behoefte zoals bijvoorbeeld, ordening, zorg, rust, liefde, controle, opladen.

Een andere optie is om je brief of je positieve acties op te nemen en af te spelen vlak voor je in slaap valt.

Het moment vlak voor je diepe slaap is te vergelijken met hypnose.

Goede verhaalvoorbeelden in deze categorie zijn;

Reizen in vreemde culturen.

Raften op woeste wateren.

Klimmen op grote hoogtes.

Wandelen in de storm

Bedenk nu een verhaal waarin de volgende woorden voorkomen.

Pas het toe op het probleem waar je aan gewerkt hebt en gebruik hierin het meest betrokken botje, spier of bindweefsel.