Uitvogelen
Een gestructureerde methode voor reflectie

​
​
Ochtendgedachte
Een leidraad naar je probleem
De eerste gedachte die in je opkomt zodra je ’s ochtends wakker wordt, kan een belangrijke aanwijzing zijn.
-
Soms wijst die gedachte direct naar je probleem.
-
Soms geeft ze een gevoel dat je verder kunt onderzoeken.
👉 Schrijf je ochtendgedachte op, zonder oordeel of analyse.
Kijk er later met aandacht naar: wat zegt dit over waar jouw energie, verlangen of blokkade ligt?
​
Verder werken met het patroon
Lagen afpellen
In de keuzebalk (boven én onder) kun je verdergaan met het uitwerken van je patroon.
Beschouw dit proces als het schillen van een ui: er kan altijd weer een laag dieper worden onderzocht.
Dromen en nachtmerries
Een waardevolle ingang naar diepere lagen zijn je dromen.
Onderzoek thema’s die terugkomen, zoals:
-
achtervolgingen,
-
vergeefs proberen,
-
seksualiteit,
-
vallen.
Deze beelden geven vaak aanwijzingen over onbewuste patronen die je nog niet hebt herkend.
Waarom dit belangrijk is
-
Wat onbewust blijft, herhaal je.
-
En wat je onbewust herhaalt, geef je vaak weer door aan je kinderen.
Keuzevrijheid
Je hebt geen invloed op de wind,
maar de stand van je zeilen bepaal je zelf.
​
​
Situatie – Wens – Verschil – Probleem
Stap voor stap je voorlopige probleem formuleren
SITUATIE
Beschrijf de situatie waarin jij een probleem ervaart.
-
Wat is de aanleiding?
-
Wat is de trigger waardoor je probleem opspeelt?
Voorbeeld:
-
Aanklager – Uitbreiding – Inperking
-
Redder – Hoop – Onzekerheid – Gevaar
-
Slachtoffer – Verbinding – Ballast
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
WENS
Beschrijf je wens, je verlangen, je doel.
-
Wat zou je willen doen, zijn of hebben in deze situatie?
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
VERSCHIL
Beschrijf het verschil tussen de situatie en je wens.
-
Dit verschil is je voorlopige probleem.
-
Vraag jezelf: is dit de trigger of het echte probleem?
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
PROBLEEM
Formuleer een samenvatting van je probleem in één zin.
-
Voeg, als je het al weet, ook de trigger toe.
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
Kies je gebied
Bij welk gebied hoort dit probleem het meest?
-
A – (Mijn) Territorium / Positie (aanval- of contactconflict)
-
B – (Mijn) Eigenwaarde / Integriteit (inbreukconflict)
-
C – (Mijn) Hechten / Loslaten (brokconflict)
✎ Keuze: ………………………………
👉 Dit schema helpt je om je probleem helder en concreet te maken, zodat je in de volgende stappen kunt onderzoeken waar het echt over gaat.
​
PROBLEEM
Beschrijf je probleem
Formuleer de samenvatting van je probleem in één zin.
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
Trigger
Als je het al weet: wat is de trigger die dit probleem oproept?
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
Kies je gebied
Bij welk gebied hoort dit probleem het meest?
-
A – (Mijn) Territorium / Positie (aanval- of contactconflict)
-
B – (Mijn) Eigenwaarde / Integriteit (inbreukconflict)
-
C – (Mijn) Hechten / Loslaten (brokconflict)
✎ Keuze: ………………………………
​
​
A (Mijn) Territorium - Positie (ook wel aanval/contactconflict)
B (Mijn) Eigenwaarde - Integriteit (ook wel inbreukconflict)
C (Mijn) Hechten - Loslaten (ook wel brokconflict)
​
​
Stap 1: Beschrijf je voorlopige probleem
Waar gaat het écht over?
Begin altijd met het beschrijven van je voorlopige probleem.
-
Wat is eigenlijk je probleem?
-
Is de pijn of het verlangen groot genoeg om eraan te werken?
Zoek naar:
-
je fouten,
-
je cognitieve dissonantie (tegenstrijdig denken of voelen),
-
of de chaos die je ervaart.
Situatie en wens
Het probleem is altijd het verschil tussen je situatie en je wens.
-
Je zit nu in een bepaalde situatie.
-
Je wilt daarin iets anders: dat is je wens.
-
Er is iets dat voorkomt dat je die wens realiseert: dat is je probleem.
Let op: werken aan de ander werkt niet
Veel mensen beginnen met de gedachte dat de ander iets fout doet.
Misschien is dat ook zo – maar jij bent er óók bij.
-
Werken aan de ander werkt niet.
-
Jij richt je aandacht en energie op iets.
-
Wat je aandacht geeft, groeit – ook als dat negatief en onbewust is.
Laat je energie dus positief voor je werken.
Je eigen aandeel
Zolang jij de situatie in stand houdt (samen met de ander), verandert er niets en slijten je patronen alleen maar dieper in.
Hier werk je aan je eigen aandeel:
-
misschien zit er arrogantie onder (“ik ben perfect”),
-
misschien zelfvernedering (“ik ben waardeloos”),
-
waarschijnlijk iets daartussenin.
Verantwoordelijkheid nemen
Neem pas ná het uitwerken van je patroon verantwoordelijkheid voor de keuzes die je wel of niet maakt.
Iets aan een ander proberen te veranderen werkt niet zolang jij hetzelfde blijft doen.
👉 Werk dus aan je eigen probleem (eventueel met de ander in beeld), maar altijd op basis van:
-
wat jij voelt,
-
wat jij denkt,
-
en wat jij doet.
​
Stap 2: Hoe heb je deze situatie gecreëerd?
Onderzoek je aandeel
Een probleem ontstaat nooit in het luchtledige. Vraag jezelf af:
-
Welke mensen, of wat voor soort mensen, heb jij in je leven nodig om deze situatie te creëren?
-
Een schip zinkt niet door de hele zee van water eromheen, maar door één klein gaatje. Wat is jouw “gaatje”?
Reflectievragen
-
Op wie ben je jaloers – en waarop?
-
Op wie, wat of waarover ben je boos, angstig of verdrietig?
-
Welke kwaliteiten zie je in de ander die jij zelf graag zou willen hebben?
-
Welke eigenschappen verafschuw je juist bij die persoon?
Mogelijkheden die jij geeft
Beschrijf ook welke ruimte of mogelijkheden je de ander geeft om deze probleemsituatie te laten ontstaan.
-
Strooi je rozenblaadjes voor je onderdanen?
-
Of geef je ze juist al een stok om je mee te slaan?
👉 Deze vragen helpen je om zicht te krijgen op je eigen aandeel. Niet om schuld te zoeken, maar om de dynamiek te begrijpen waarin je terecht bent gekomen.
​​
Een probleem is opgelost als je er om kunt lachen.
Wat is een probleem?
Een probleem is altijd het verschil tussen je huidige situatie en je wens.
-
Situatie: waar je nu in zit, wat er feitelijk gebeurt.
-
Wens: wat je graag zou willen, doen, zijn of hebben.
Het probleem ontstaat doordat er iets is dat voorkomt dat je wens werkelijkheid wordt.
👉 Zodra je dit verschil helder hebt, kun je beginnen met het uitvogelen van je patroon.


​
Ochtendgedachte
Een leidraad naar je probleem
De eerste gedachte die in je opkomt zodra je ’s ochtends wakker wordt, kan een belangrijke aanwijzing zijn.
-
Soms wijst die gedachte direct naar je probleem.
-
Soms geeft ze een gevoel dat je verder kunt onderzoeken.
👉 Schrijf je ochtendgedachte op, zonder oordeel of analyse.
Kijk er later met aandacht naar: wat zegt dit over waar jouw energie, verlangen of blokkade ligt?
​
Verder werken met het patroon
Lagen afpellen
In de keuzebalk (boven én onder) kun je verdergaan met het uitwerken van je patroon.
Beschouw dit proces als het schillen van een ui: er kan altijd weer een laag dieper worden onderzocht.
Dromen en nachtmerries
Een waardevolle ingang naar diepere lagen zijn je dromen.
Onderzoek thema’s die terugkomen, zoals:
-
achtervolgingen,
-
vergeefs proberen,
-
seksualiteit,
-
vallen.
Deze beelden geven vaak aanwijzingen over onbewuste patronen die je nog niet hebt herkend.
Waarom dit belangrijk is
-
Wat onbewust blijft, herhaal je.
-
En wat je onbewust herhaalt, geef je vaak weer door aan je kinderen.
Keuzevrijheid
Je hebt geen invloed op de wind,
maar de stand van je zeilen bepaal je zelf.
​
​
Situatie – Wens – Verschil – Probleem
Stap voor stap je voorlopige probleem formuleren
SITUATIE
Beschrijf de situatie waarin jij een probleem ervaart.
-
Wat is de aanleiding?
-
Wat is de trigger waardoor je probleem opspeelt?
Voorbeeld:
-
Aanklager – Uitbreiding – Inperking
-
Redder – Hoop – Onzekerheid – Gevaar
-
Slachtoffer – Verbinding – Ballast
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
WENS
Beschrijf je wens, je verlangen, je doel.
-
Wat zou je willen doen, zijn of hebben in deze situatie?
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
VERSCHIL
Beschrijf het verschil tussen de situatie en je wens.
-
Dit verschil is je voorlopige probleem.
-
Vraag jezelf: is dit de trigger of het echte probleem?
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
PROBLEEM
Formuleer een samenvatting van je probleem in één zin.
-
Voeg, als je het al weet, ook de trigger toe.
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
Kies je gebied
Bij welk gebied hoort dit probleem het meest?
-
A – (Mijn) Territorium / Positie (aanval- of contactconflict)
-
B – (Mijn) Eigenwaarde / Integriteit (inbreukconflict)
-
C – (Mijn) Hechten / Loslaten (brokconflict)
✎ Keuze: ………………………………
👉 Dit schema helpt je om je probleem helder en concreet te maken, zodat je in de volgende stappen kunt onderzoeken waar het echt over gaat.
​
PROBLEEM
Beschrijf je probleem
Formuleer de samenvatting van je probleem in één zin.
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
Trigger
Als je het al weet: wat is de trigger die dit probleem oproept?
✎ ………………………………………………………………………
………………………………………………………………………
Kies je gebied
Bij welk gebied hoort dit probleem het meest?
-
A – (Mijn) Territorium / Positie (aanval- of contactconflict)
-
B – (Mijn) Eigenwaarde / Integriteit (inbreukconflict)
-
C – (Mijn) Hechten / Loslaten (brokconflict)
✎ Keuze: ………………………………
​
​
A (Mijn) Territorium - Positie (ook wel aanval/contactconflict)
B (Mijn) Eigenwaarde - Integriteit (ook wel inbreukconflict)
C (Mijn) Hechten - Loslaten (ook wel brokconflict)
​
Een probleem is opgelost als je er om kunt lachen.
Wat is een probleem?
Een probleem is altijd het verschil tussen je huidige situatie en je wens.
-
Situatie: waar je nu in zit, wat er feitelijk gebeurt.
-
Wens: wat je graag zou willen, doen, zijn of hebben.
Het probleem ontstaat doordat er iets is dat voorkomt dat je wens werkelijkheid wordt.
👉 Zodra je dit verschil helder hebt, kun je beginnen met het uitvogelen van je patroon.